

|
Natuur, balans en harmonie |
|
Lode Stevens |


|
In deze visie is er helemaal geen zwaartekracht, er is slechts een gekromde ruimtetijd. We zagen dat een deeltje lokaal een rechte wereldlijn heeft. De aaneenvoeging van al die stukjes geeft de rechts mogelijke lijn in een gekromde ruimtetijd. Een deeltje (waarop geen andere krachten werken) volgt de rechtst mogelijke lijn in de gekromde ruimtetijd. Zo een lijn heet geodeet.
Vergelijk dit met het aardoppervlak. Lokaal is dit vlak. Maar deze vlakke beschrijving kan niet over willekeurig grote afstand worden uitgebreid want de aarde is rond. Als we ons lokaal langs een rechte lijn bewegen, bewegen we ons globaal langs een rechtste lijn op het aardoppervlak, een geodeet. Op een bol zijn dat de grote cirkels. ( Een grote cirkel is de snijlijn van het boloppervlak met een vlak dat door het middelpunt van de bol gaat. De evenaar en de meridianen zijn voorbeelden van grote cirkels.) Bij Einstein hebben we te maken met een vierdimensionale gekromde ruimtetijd die lokaal pseudo-euclidisch is, d.w.z. dat lokaal de speciale relativiteitstheorie geldt. De wereldlijn van een vrij deeltje is een rechtste lijn in deze gekromde ruimtetijd. Een essentieel verschil met een gewone gekromde ruimte is dat één van de dimensies de tijd is. Het idee dat onze driedimensionale ruimte gekromd is en dat dit misschien een aantal fysische verschijnselen zou kunnen verklaren, was al eerder geopperd, maar pas door de tijd als vierde dimensie toe te voegen kon dit idee succes hebben. Een richting in ruimtetijd legt ook de snelheid vast en bepaalt de hele geodeet. In de Algemene Relativiteitstheorie is de zwaartekracht verdwenen en vervangen door de kromming van de ruimtetijd. Wat in de oude theorie werd gezien als de vrije val van een deeltje in het zwaarteveld wordt nu gezien als het volgen van de rechtste wereldlijn in de gekromde ruimtetijd. De zwaartekracht isvermeetkundigd. Dit is mogelijk doordat de massa van een deeltje voor de beweging in een zwaarteveld geen rol speelt zoals we zagen; de beginpositie en beginsnelheid van het deeltje zijn voldoende om de hele baan te bepalen. Terwijl de (lokale) equivalentie van zwaartekracht en versnelling bij Newton een opmerkelijk maar toevallig feit was, is het voor de theorie van Einstein het essentiële uitgangspunt.
Materie kromt de ruimtetijd
De volgende vraag is: Hoe is de ruimtetijd gekromd? Aangezien de kromming in de plaats komt van de zwaartekracht heeft de kromming dezelfde oorzaak als de zwaartekracht, namelijk de massa van de aanwezige materie. Einstein zocht dus naar een massa van de aanwezige materie. Einstein zocht dus naar een vergelijking van de vorm: kromming= massa. Deze vergelijking moest aan een aantal eisen voldoen, bijv. De eis dat onder condities zoals die gelden in ons zonnestelsel de nieuwe zwaartekrachtstheorie hetzelfde moest opleveren als de zo succesvolle theorie van Newton. Pas na een lange worsteling o.a. met de gecompliceerde wiskunde van een gekromde ruimtetijd, lukte het hem om een bevredigende relatie tussen materie en kromming te vinden; het resultaat zijn de beroemde Einstein -vergelijkingen van 1915 die meestal als volgt worden weergegeven: Rľv-1/2 gľvR=-kTľv
Einsteins principes
Kenmerkend voor het werk van Einstein is dat hij zich baseerde op algemene principes. Terwijl Maxwell en zijn tijdgenoten moeizaam trachtten modellen voor de elektromagnetische ether te construeren, en Lorentz op basis van de bestaande theorie een verklaring trachtte te geven voor het merkwaardige feit dat de lichtsnelheid onder alle omstandigheden dezelfde waarde blijkt te hebben, maakte Einstein de constante lichtsnelheid tot een basisprincipe van zijn theorie. Wat Lorentz wilde verklaren nam Einstein eenvoudigheid als uitgangspunt. Evenzo verhief Einstein het relativiteitsprincipe van de klassieke mechanica, de gelijkwaardigheid van alle inertiaalsystemen, tot universeel principe. Dat daartoe radicale ingrepen in de bestaande theorie nodig waren, zoals het ontnemen van het absolute karakter aan de tijd, hield hem niet tegen. De rechtvaardiging achteraf was de grote conceptuele verheldering die de nieuwe theorie gaf en het experimentele succes.
Het is geen wonder dat Einstein zich bij het zoeken naar een nog verdere generalisatie van zijn speciale relativiteitstheorie opnieuw liet leiden door algemene principes: het principe van algemene relativiteit, het equivalentieprincipe, het principe van Mach en het principe van algemene covariantie. Al deze principes hebben voor hem een beslissende rol gespeeld bij het vinden van de Einstein vergelijkingen. Des te merkwaardiger is het dat volgens huidige inzichten het principe van algemene relativiteit en het principe van Mach in de Algemene Relativiteitstheorie niet zijn vervuld en dat het principe van algemene covariantie als een zuiver wiskundige eis zonder fysische inhoud wordt beschouwd. Het principe van algemene covariantie zegt, in de formulering van Einstein (1916), dat de fundamentele vergelijkingen van de theorie een vorm moeten hebben die geldig is in ieder coördinaten systeem. Einstein meende dat het principe van algemene covariantie het principe van algemene relativiteit impliceert. Bij de overgang naar de algemene relativiteitstheorie wordt de symmetrische ruimtetijd van de speciale relativiteitstheorie vervangen door een willekeurig gekromde ruimtetijd. Deze heeft in principe geen enkele symmetrie en er zijn in principe geen bevoorrechte coördinatensystemen. Als we het relativiteitsprincipe dus zien als een symmetrieprincipe van de ruimtetijd dat is dit in de algemene relativiteit niet veralgemeend. En omdat er geen bevoorrechte coördinatensystemen zijn is men wel gedwongen de theorie te formuleren op een manier die geldig is bij een willekeurige keus van coördinaten. D.w.z. wat Einstein het principe van algemene covariantie noemde is niets anders dan een noodzakelijke, wiskundige eis. Tegenwoordig heeft men het daarom meestal liever niet over de Algemene Relativiteitstheorie, maar over Einsteins theorie van de zwaartekracht. Er zijn andere formuleringen van het principe van algemene covariantie gegeven die wel een betekenisvolle inhoud hebben en het is denkbaar dat Einstein een dergelijke formulering voor ogen had. De discussie over deze kwestie is nog steeds volop aan de gang. Wel een bewijs voor de ingewikkeldheid van deze materie.
|
|
Er is nog een interessante wending in Einsteins visie op de natuurkunde. In 1905, bij de formulering van zijn Speciale Relativiteitstheorie, was zijn uitgangspunt de concrete fysische werkelijkheid: hij beschouwde echte materiele meetlatten en echte klokken. Hij was op dat moment een volbloed empirist. En de haast achteloze wijze waarop hij het aloude probleem van de ether oploste door te verklaren dat hij de invoering van zoiets onwaarneembaars in zijn theorie niet nodig had, was geheel in de lijn van het positivisme. Toen Minkowski in 1908 let zien dat de speciale relativiteitstheorie kan worden opgevat als de meetkunde van een vierdimensionale ruimtetijd was Einstein daar aanvankelijk niet enthousiast over: hij vond het maar onnodig moeilijkdoenerij van wiskundigen. Maar slechts enkele jaren later was deze meetkundige visie voor hem essentieel bij het vinden van zijn algemene relativiteitstheorie, zijn meetkundige theorie van de zwaartekracht. Hij was hierdoor zelfs zo gegrepen dat hij de rest van zijn leven wijdde aan het vinden van een unified field theory, een meetkundige theorie van Alles. De wiskunde was de basis van zijn natuurkunde geworden; je zou kunnen zeggen dat Einstein eindigde als een rationalist. Voor een rationalist is de rede de bron van onze kennis. Wat Einstein wel zijn hele leven is gebleven is een fysisch realist: er bestaat een fysische werkelijkheid die onafhankelijk is van de mens, en het is de taak van de fysica om die werkelijkheid te beschrijven. Juist met dit standpunt kwam hij in botsing met de quantummechanica.
Enkele consequenties van de algemene relativiteitstheorie
1. De algemene relativiteitstheorie van het elektromagnetisme, een veldtheorie,een theorie over het zwaartekrachtsveld. In deze theorie heeft de zwaartekracht, net als de elektromagnetische kracht, een eindige voortplantingssnelheid die eveneens gelijk is aan de lichtsnelheid. In de relativiteitstheorie is er een fundamentele snelheid die alleen op historische gronden de lichtsnelheid wordt genoemd.
De speciale relativiteitstheorie is een van de belangrijkste en best geverifieerde fundamentele fysische theorieën. Je kunt zeggen dat deze theorie al voor 1905 in de lucht hing, maar het was Einstein die de beslissende stap zette, die de relativiteit van de tijd afkondigde en de vergaande gevolgen daarvan doorzag en aanvaardde, lang voordat deze gevolgen daadwerkelijk konden worden aangetoond. De algemene relativiteitstheorie is echter de schepping van Einstein alleen. In de jaren na 1915 konden slechts enkele zeer kleine gevolgen van deze theorie worden berekend en experimenteel worden geverifieerd. Grote effecten waren alleen op kosmische schaal te verwachten. Dit feit en de onhandelbaarheid van de Einstein-vergelijkingen maakten dat de algemene relativiteitstheorie gedurende tientallen jaren een zeer teruggetrokken bestaan leidde en slechts door een handvol fysici werd bestudeerd. Hierin is grote verandering gekomen door de enorme uitbreiding van onze kennis van de kosmos en door nieuwe methoden om de moeilijke wiskunde van de theorie aan te pakken. Gezien het sterk theoretisch gehalte van de algemene relativiteitstheorie zou het niemand hebben verbaasd als zou zijn gebleken dat de algemene relativiteitstheorie door de nieuwe feiten niet wordt gesteund. Het tegendeel is echter het geval: alle op dit moment bekende feiten zijn in overeenstemming met de algemene relativiteitstheorie en niet met alternatieve theorieën. Onze huidige visie op fundamentele krachten volgt echter niet de lijn van Einstein, maar is gebaseerd op de quantummechanica, aan het ontstaan waarvan Einstein belangrijk heeft bijgedragen maar die hij tenslotte niet kon aanvaarden als een fundamentele theorie. De grote opgave van de huidige theoretische fysica is de quantumgravitatie, de vereniging van quantumtheorie en zwaartekracht onder omstandigheden waarin beide van belang zijn zoals in zwarte gaten en de Big Bang. Dit is ondanks heel veel werk nog niet gelukt en wellicht is er een nieuwe Einstein nodig om hier de doorbraak te forceren. Maar het lijkt zeker dat zo een theorie onze visie op ruimte en tijd opnieuw radicaal zal veranderen. |
|
Relativiteitstheorie deel 3 |
