Niemand weet wat donkere materie is. Het verklaren van de aard van donkere materie is een van de grote problemen van de kosmologie. Een mogelijke hypothese is het bestaan van deeltjes die slechts zwak met hun omgeving interactie hebben, de WIMP deeltjes.
In de astronomie worden WIMPs (Engels acroniem voor Weakly Interacting Massive Particles), gebruikt in een mogelijke verklaring voor de problematiek rond donkere materie. De deeltjes hebben een "lage interactie" omdat ze niet door de sterke kernkracht of de elektromagnetische kracht worden beďnvloed. Hun interactie met normale materie (elektronen, protonen en neutronen) vindt alleen via de zwaartekracht plaats
Donkere materie en elliptische sterrenstelsels
In april 2002 presenteerde een Europees team van astronomen verrassend nieuws op de Brits-Ierse National Astronomy Meeting in Dublin: elliptische sterrenstelsels lijken geen donkere materie te bevatten. Deze ontdekking was mogelijk door een nieuwe meettechniek, de Planetaire Nevel Spectrograaf waarbij gebruik werd gemaakt van planetaire nevels in plaats van waterstofgas.
Een verklaring voor deze waarneming is er nog niet. Misschien hebben elliptische sterrenstelsels een andere ontstaansgeschiedenis dan spiraalstelsels. Of misschien is de donkere materie verdwenen door de wisselwerking met andere stelsels.
Er is dus nog een dubbel mysterie:
Wat is de aard van donkere materie in spiraalstelsels?
Waarom is er geen donkere materie in elliptische stelsels?
Men veronderstelt dat de meeste massa van het universum bestaat uit donkere massa. Het bepalen van de aard van die donkere massa is bekend als 'het donkere materie probleem' of 'het probleem van de ontbrekende massa'. Het is één van de belangrijkste problemen van de moderne kosmologie.
Met de graviteittheorie en nieuwe computeranalyses hebben astronomen bepaald waar de donkere materie zich zou moeten bevinden. Er zou zeven maal zoveel donkere materie zijn als zichtbare materie. Dit is slechts een vierde van wat nodig is om de expansie van het universum te stoppen.
Het meest algemene standpunt is dat donkere materie bestaat uit elementaire deeltjes, niet de gangbare elektronen, protonen en neutronen, maar neutrinos, axionen of hypothetische deeltjes gekend als zwak-interactieve massieve deeltjes (Weakly interacting massive particles : WIMPs), of misschien is het een nog meer exotische vorm van materie, zoals de "neutralino's" (schaduw-deeltje van het neutrino in theorieën met super-symmetrie).
Alternatieve verklaring voor de gravitatiekrachten in sterrenstelsels
Een alternatieve mogelijkheid om de gravitatiekrachten in sterrenstelsels te verklaren is te veronderstellen dat de gravitatiekrachten in sterrenstelsels groter zijn dan de Newtoniaanse, bij grote afstanden. Dit kan men doen door een negatieve constante te veronderstellen voor de kosmologische constante (deze waarde wordt verondersteld positief te zijn op basis van recente observaties).
De kosmologische constante is een correctiefactor, die aanvankelijk door Albert Einstein aan de algemene relativiteitstheorie werd toegevoegd, maar later verworpen. Tegenwoordig is deze kosmologische constante in diverse heelalmodellen echter weer zeer actueel.
Al deze benaderingen leiden echter tot moeilijke verklaringen van de verschillende gedragingen van de verschillende melkwegstelsels en clusters, terwijl deze beschrijfbaar zijn door verschillende hoeveelheden zwarte materie te veronderstellen.
Gegevens van de rotatiecurven van melkwegstelsels geven aan dat ongeveer 90 procent van de massa van een melkwegstelsel onzichtbaar is en alleen door het effect dat het op de zwaartekracht heeft ontdekt kan worden.
Men veronderstelt dat er verschillende soorten donkere materie zijn:
Baryonic dark matter : Baryonische donkere materie
Cold dark matter : Koude donkere materie
Hot dark matter : Hete donkere materie
Hete donkere materie bestaat uit deeltjes die bewegen met snelheden dicht tegen de lichtsnelheid. Het neutrino komt het beste in aanmerking voor hete donkere materie. Neutrino's hebben een verwaarloosbare massa, hebben geen invloed op het elektromagnetisme of op de sterke nucleaire kracht en zijn dus ongelooflijk moeilijk te detecteren.
Hete donkere materie kan echter niet verklaren hoe individuele melkwegstelsels gevormd werden vanuit de big bang. Om de structuur op kleine schaal van het universum te verklaren was het noodzakelijk om ook koude donkere materie in te voeren. Hete donkere materie wordt daarom steeds besproken als een deel van een gemengde donkere materie theorie.