

|
Natuur, balans en harmonie |
|
Lode Stevens |


|
Een vrij grote massa, laat ons aannemen een ster, is een relatief onstabiel evenwicht van krachten. Het gravitatieveld van deze massa trekt haar materie naar binnen. Deze kracht wordt echter in evenwicht gehouden door de geproduceerde warmte en radioactiviteit, die de materie weer naar buiten drijven. Wanneer deze nucleaire oven uitgeput raakt door een tekort aan brandstof, dan blijft de gravitatiekracht alleen over. Deze brengt de balans uit evenwicht en de materie stort in elkaar met een onvoorstelbare kracht. Dit scenario is vroeg of laat bestemd voor ieder ster.
|
|
De meeste sterren komen voor in paarvorm en houden elkaars omloopbaan in evenwicht. Men neemt eveneens aan dat ook onze zon een begeleider heeft, waarnaar men op dit ogenblik aan het zoeken is. De ster Cygnus X-I heeft een omloopbaan die erop wijst dat zij een begeleidster heeft, maar deze is onzichtbaar, en gezien de karakteristieken is men bijna zeker dat het hier om een Zwart Gat gaat. Het lijkt erop dat de zwarte ster gassen aantrekt van haar buur en tevens een krachtige röntgenbron is, met zulke snelle variaties dat ze erg compact van vorm moet zijn.
Als we de Aarde steeds zouden laten inkrimpen, met behoud van massa, dan is het logisch dat de ontsnappingssnelheid, nu 11 km/s, zal toenemen. Op een gegeven ogenblik is de Aarde zon klein bolletje geworden, dat er een ontsnappingssnelheid vereist is van meer dan 300 000 km/s (de lichtsnelheid) en dit is onmogelijk. We hebben een zwart gat. Dan moet de Aarde wel inkrimpen tot de zogenaamde Schwarzschildstraal:
Rs = 2GM/c2
Waarin c de lichtsnelheid en G de gravitatieconstante is (6,668ˇ10-11 Nˇm2/kg2).
Voor de Aarde is Rs = 0,004 m ; voor de zon 2,96 km ; voor een massa van een miljoen zonnemassas (bijvoorbeeld de kern van een melkwegstelsel) wordt dit 10 lichtseconden. Zwarte gaten treft men aan in de kernen van melkwegstelsels (de zeer zware) en in bepaalde röntgenbronnen zoals bijvoorbeeld Cyg X-1. |
|
Het zwarte gat |

