- Geen draagvlak
In onze gemeente zijn veel actoren niet vertegenwoordigd in de diverse raden die advies
moeten verschaffen voor het mobiliteitsbeleid. Nochtans is dit een eerste vereiste om te komen tot een voldoende
groot draagvlak. En in de Economische Raad bijv. zijn de handelaars niet representatief vertegenwoordigd.
Daarenboven werd aan de Economische Raad niet expliciet
om advies gevraagd. (Zie de reeds vermelde tegenstelling tussen de woorden van de burgemeester en het verslag van de Economische Raad.)
Ook de mobiliteitsraad moet openstaan voor mensen met enige kennis en ervaring.
Wij doen een oproep om ook onze werkgroep te betrekken bij elke bespreking over het mobiliteitsbeleid
in onze gemeente en bij het opstellen van het nieuwe Mobiliteitsplan (2009-2014) in het bijzonder. In andere
gemeenten tracht men een zo breed mogelijk draagvlak te creëren om nieuwe
afspraken door te voeren. Denk aan de stad Brugge waar men bij de invoering van "veilige schoolomgevingen" het
participatiebeginsel voluit heeft laten spelen. In onze gemeente wordt bij de uitwerking van het concept eenrichtingsverkeer zelfs de
gemeenteraad - om maar te zwijgen over de oppositie - niet meer geraadpleegd! De goede bereikbaarheid van de handelszaken
verzekeren is hierbij een essentieel punt. Het was nochtans zo mooi aangegeven in
het Mobiliteitsplan van 2004: samenwerking en partnership tussen de verschillende actoren is een van de
sleutelelementen. Partnership gaat verder dan enkel advies vragen. Het is te hopen dat de gemeente, wat ze
zelf heeft vooropgesteld, ook in daden zal omzetten.
- Geen voorafgaande studie over de gevolgen van de invoering van een nieuwe maatregel
De gemeente heeft nagelaten een degelijke studie uit te voeren bij het invoeren van het eenrichtingsverkeer. Zo
bestaan er verkeersmodellen die een nieuwe situatie op de computer kunnen uittesten. Dit voorafgaand onderzoek
is nochtans nodig wil men de kans op slagen vooraf inschatten. De inwoners van de betrokken straten mogen niet
nodeloos benadeeld worden.
In deze aangelegenheid werden de middenstanders eigenlijk als proefpersonen gebruikt, wat getuigt van een
onvoldoende respect voor hen. In plaats van een studie, verkiest de overheid het bruusk invoeren van een nieuwe
verkeerssituatie zonder rekening te houden met de gevolgen die logischerwijze vooraf kunnen afgeleid worden. Het is
de werkgroep "wevelgemdenktmee" die die oefening heeft gemaakt, niet de gemeente. Uit onze analyse blijkt duidelijk
dat het eenrichtingsverkeer contraproductief werkt voor de vlotte doorstroming van het autoverkeer, voor de verhoogde
verkeersleefbaarheid in de straten en voor een gezonde leefomgeving.
- Geen neutraal vergelijkingspunt voor de voorziene tellingen van september en oktober
Voor zover bekend is heeft de gemeente Wevelgem niet onderzocht of er een verband bestaat tussen de werken in de
Menenstraat op de N8 en de grotere verkeersstroom vanuit Moorsele naar het centrum van Wevelgem. Dit informatie zou
nochtans heel nuttig zijn.
Er is op 3 juni op diverse plaatsen in het centrum van de gemeente een telling gebeurd van het aantal auto's.
Tijdens die telling was de richting van Wevelgem naar Menen onderbroken wegens werken aan de Menenstraat. Deze
werken zijn in fasen uitgevoerd en zijn reeds een paar jaar bezig. De weg in de richting van Menen naar Wevelgem
was waarschijnlijk open maar nog weinig in gebruik omdat de fase van een totale afsluiting van de weg niet veel
eerder werd opgeheven. Het is pas sinds 1 juli dat de N8 tussen Menen en Wevelgem in de beide richtingen opnieuw
werd opengesteld.
Met de cijfers van september zal men bijgevolg enkel kunnen vergelijken tussen de niet normale toestand van 3 juni
en de normale toestand - evenwel met eenrichtingsverkeer - van de dag van de telling. Men zal dus appels en peren
vergelijken. Van een echte "nulmeting" is geen sprake.
- Geen globale visie op de problemen van de centrumstraten
Het is al jaren dat zich verkeers- en milieuproblemen voordoen in de centrumstraten, zowel voor het autoverkeer als
voor de fietsers. Het is daarom aangewezen om eindelijk eens al de problemen in die straten in kaart te brengen en
gepaste maatregelen te zoeken. De oplossing zal noodzakelijkerwijze liggen in de lijn van wat het Mobiliteitsplan
2004 heeft vooropgesteld: beperking van het doorgaand verkeer in de centrumstraten en invoering zone 30. Daarbij
moet in de eerste plaats de bereikbaarheid van de handelszaken gewaarborgd worden.
Wat doet echter het schepencollege? Zij voert, zonder te steunen op enige studie, in eerste instantie een
eenrichtingsverkeer in in vijf straten (26 mei) om
korte tijd daarna te komen tot eenrichtingsverkeer in twee straten (16 juni). Dit is gewoon niet ernstig.
Dit is een bewijs van amateurisme. Het college wacht gewoon af waar al dat verkeer naar toe zal rijden, zonder zich te bekommeren
over het lot van de handelaars die in die straat zijn gevestigd. Aldus worden de problemen voor automobilisten en
fietsers gewoon verschoven zodat elders nieuwe knelpunten ontstaan.